homeMedisch

inleiding

verantwoording

inhoudsopgave

woordenboek

kinderziektes

tropenziektes

wormen

aambeien

aarsmaden

acne

aderverkalking

alternatieve geneeswijzen

alzheimer

antibioticum

anticonceptie

apps

apotheek

artritis

artrose

baarmoederhalskanker

bacterie

beroerte

big

bijholteontsteking

blaar

blaasontsteking

blindedarmontsteking

bloeddruk

bloedneus

bof

bppd

brandwonden

bronchitis

buikgriep

chagas

corona

cva

dementie

deodorant

depressie

eczeem

elefantiase

endometriose

epd

epilepsie

filariasis

gilles de la tourette

gordelroos

griep

hartinfarct

hartstilstand

hersenbloeding

herseninfarct

hersenschudding

hoesten

hoofdpijn

hooikoorts

huiddesinfectie

ileus

insectenbeet

jeuk

kaal

kalknagel

keelontsteking

kinkhoest

klaplong

knokkelkoorts

koorts

koortslip

krentenbaard

leishmaniasis

lepra

likdoorn

links

lintwormen

literatuur

longembolie

longontsteking

lyme

malaria

mazelen

melanoom

meralgia paresthetica

migraine

mijnwormen

moedervlek

multipele sclerose

onchocerciase

oogvlekken

oorontsteking

oorsuizen

overleden

overspannen

papegaaienziekte

parkinson

pfeiffer

pijn

plas

poep

prikkeldarm

prostaat

pseudokroep

reisziek

reizigers-diarree

reuma

rodehond

roodvonk

roos

schaafwond

schistomiasis

slaapmiddelen

slapeloosheid

soa

spierziektes

spoelwormen

staar

steenpuist

sterilisatie man

suikerziekte

tanden, witte

tandpasta

teenslippers

tia

triggervinger

trypanosomiasis

uierzalf

vaccinaties

verkouden

verstopping

vierde ziekte

vijfde ziekte

virus

vliegreis

voetschimmel

voorhoofdholteontsteking

vossenlintworm

waterpokken

winterblues

wondroos

wratten

zenuwpijn

zesde ziekte

zonnesteek

zweepwormen

zweet

Bacterie   /   Virus

Bacteriën zijn microscopisch kleine ééncellige organismen die zelfstandig kunnen overleven, zich voeden en zich vermenigvuldigen. Ze beschikken over een enorm aanpassingsvermogen en zijn terug te vinden op alle denkbare plaatsen op aarde. De meeste bacteriën leven van de afbraak van organisch afval (dode planten of dieren). Dit zijn de saprofyten of afvaleters.

Een beperkt aantal soorten hebben zich aangepast aan de mens als gastheer. Dit zijn de parasieten. Hiervan leven de meesten als commensalen (= kostganger of tafelgenoot) permanent op onze huid en slijmvliezen. Slechts in zeldzame gevallen veroorzaken deze bacteriën ernstige ziekten zoals longontsteking (pneumonie) of hersenvliesontsteking (meningitis), maar ook minder gevaarlijke infecties zoals blaasinfectie (cystitis), oorontsteking (otitis) of wondinfecties.

Daarnaast zijn er ook echte pathogenen of ziekteverwekkers die bijna altijd een ziekte veroorzaken. Deze pathogenen liggen aan de basis van heel wat gekende infecties zoals oorontstekingen, de meeste vormen van hersenvliesontsteking en van longontsteking, abcessen, sommige vormen van diarree, tuberculose, tyfus, dysenterie, cholera, difterie.


Virussen zijn parasieten die geen eigen metabolisme hebben en zich niet zelfstandig kunnen vermenigvuldigen. Ze hebben dus een gastheer nodig om te overleven. Virussen bestaan slechts uit één pakket nucleïnezuren dat de codes van hun erfelijke eigenschappen (genoom) bevat, omgeven door een omhulsel of membraan. Dit bevat enzymen die hen toelaten zich vast te hechten aan levende cellen. Zodra het virus zich vastgehecht heeft, boort een enzym een gaatje in de celwand waarlangs het genoom naar binnen wordt gebracht, terwijl het kapside op de celwand achterblijft. Het genoom zal zich nu ergens inlassen in het DNA van de cel en daarbij de cel dwingen om virusgenoom en viruskapside te produceren. De nieuwe virussen kunnen een voor een de cel verlaten, maar vaak wordt er virus geproduceerd tot de cel barst. Dit vernietigt de cellen en de weefsels waar ze deel van uitmaken. Hierbij komen er massaal virussen vrij.

Omdat de meeste virussen zich gaan ontwikkelen in de slijmvliescellen van de luchtweg of het spijsverteringsstelsel komen ze weer vrij in de buitenwereld en kunnen zo nieuwe gastheren bereiken. Een virusinfectie is dus altijd besmettelijk. Een aantal virussen komt bij het barsten van de cellen in de bloedbaan terecht, met koorts tot gevolg omdat ons eigen afweersysteem probeert ze te verwijderen. Voor de meeste virussen is dit een doodlopende weg, maar voor sommigen zijn er nog geschikte cellen in andere organen, bv. in de levercellen (hepatitis), in de zenuwcellen (poliomyelitis), in de lymfeklieren (mononucleosis), in de huid (waterpokken), in de hartspier (myocarditis).

Virussen zijn verantwoordelijk voor tal van infecties zoals griep, bepaalde vormen van hersenvliesontsteking (meningitis), mazelen, bof, rode hond, aids. Ook bronchitis, verkoudheden en vele vormen van keelpijn en diarree worden veroorzaakt door virussen. Omdat virussen geen eigen metabolisme hebben zijn ze ook niet gevoelig voor antibiotica. Tegen sommige virussen bestaan echter wel vaccins.

Laatste wijziging: 03 juli 2019 Colofon  Disclaimer  Privacy  Zoeken  Copyright © 2002- G. Speek

  Einde van de pagina