homeGenealogie   stamboomonderzoek, Ahnenforschung, généalogie, ancestor search

inleiding

privacy bescherming

WBP

vragen

Boneschansker

Clason

Cruijff

Derksen

Derksen 1

Derksen 2

Geesthuijsen

Gesthuysen

Gritter / Grutter

Grootings

Hek, van 't

Kaes

Klitsie

Leenders, van

Leeuw, de

Pietersen

Polman

Porsche

Raue

Speek

Speek

Speek  Estonia

Speek  USA

Spee(c)k

Sportel

Timmer

Wijlhuizen

index alle genealogiën

basis info en advies

archieven

literatuurlijst

persoonskaart -lijst

pro-gen

Basis info en advies voor de beginnende genealoog.

Niet dat ik mezelf beschouw als een ervaren ouwe rot die alles al gezien heeft, bepaald niet ('als je denkt dat je er bent, dan ben je er geweest'). Maar al doende leert men en ik had in het begin best wel een paar aanwijzingen kunnen gebruiken.

  1. Als u zoeken naar voorouders leuk begint te vinden, pas op want dan hebt u een hobby voor de komende 15 jaar..
    • Voorgaande zin hoorde ik 20 jaar geleden, glimlachte er meewarig om, mij zou dat niet gebeuren. Mij is dat wel gebeurd.
    • Deze hobby kost tijd, pardon: heel veel tijd, maar heeft het grote voordeel dat je 'm ongestraft een (half) jaar in de hoek kunt leggen.
    • Voorspoed en tegenslag, het hoort er allemaal bij. De zoektocht naar een persoon kan in één archiefbezoek zijn opgelost, maar ook maanden, jarenlang duren.
    • Wonen uw voorouders al generaties lang in uw huidige woonplaats: u hebt geluk en kunt hopelijk op de fiets naar het archief. Schrijver dezes 'had geen geluk' en is alleen al de eerste vijf jaar 3x per maand op en neer gereden van huis naar archief (per dag 160 km v.v.).
    • Sommigen denken 'een paar uur op het internet en ik ben een heel eind'. Vergeet dat zo snel mogelijk! U zult zelf aan het 'werk' moeten: naar gemeentes toe en het archief in.
    • Laat je niet in de war brengen als je een andere schrijfwijze van de achternaam tegenkomt. Vroeger (voor 1900) nam men dat niet zo nauwkeurig en werden namen vaak fonetisch opgeschreven. Jansen, Janssen, Janse, Jansse, Jans, het kan allemaal in dezelfde familie voorkomen.
    • Als uw onderzoek redelijk 'recht voor z'n raap is' (niet al te veel militairen, geen emigratie en immigratie, geen Indië gangers, geen zeevarenden) dan kunt u met de bovenstaande aanwijzingen een heel eind komen, zeer waarschijnlijk wel tot in de 18e eeuw. Als uw voorouders 'gewone mensen' zijn (niet rijk, van adel of anderszins opvallend) dan is het 'bereiken' van de 17e eeuw lang niet altijd 'gegarandeerd' (achternamen worden patroniemen, archieven hebben veel minder).
    • Mijn 'houvast' in genealogisch gesnuffel vanaf 1990 staat o.a. in mijn   literatuurlijst.
    • Onderstaande adviezen hoef u niet op volgorde te lezen en u hoeft niet in deze volgorde te werk te gaan. Hoewel punt 2. wel een prima start is.
    • U merkt het vanzelf: in 10% van de besteedde tijd verzamelt u 90% van de stamboom, die andere 90% van uw tijd hebt u nodig voor 10% van de stamboom.

  2. Verzamel zo veel mogelijk informatie binnen uw nog levende familie.
    • Begin daarbij bij de oudsten (ouders, grootouders, ooms en tantes), want die weten het meest (en leven niet zo lang meer).
    • Als u op 'werkbezoek' gaat neem dan (onopvallende) geluidsopname apparatuur mee (ik gebruik een eenvoudige memocassetterecorder), want als u 'alleen maar' schrijft dan mist u veel van wat u te horen krijgt.
    • Begin met de basisinfo: volledige (voor)namen, geboortedatum en -plaats, huwelijksdatum en -plaats, overlijdensdatum en -plaats. Alles is natuurlijk belangrijk, maar als uw (groot)ouders gaan vertellen over 'vroeger' noteer dan vooral de plaatsen (van geboorte, overlijden enz.) want dat is in het archief terplaatse op te zoeken.
    • Verzamel 'alles wat los en vast zit', maar vooral geboorte-, huwelijk en overlijdenskaarten, bidprentjes, paspoorten. Vooral trouwboekjes van (groot)ouders en ooms en tantes zijn van belang. U zult verbaasd zijn welke stapels er bij sommige familieleden tevoorschijn komen.

  3. De eerste "vastloper", hoe nu verder.
    • Uw onderzoek stokt waarschijnlijk de eerste keer als u informatie over uw overgrootouders zoekt. Hoe nu verder, want uw grootouders zijn er niet meer om iets aan te vragen.
    • Stel u wilt weten wie uw overgrootvader is. De kunst is te weten te komen waar die man geboren, getrouwd of overleden is. Uw ouders weten dat misschien, misschien staat het in het trouwboekje van uw grootouders, misschien.... Als die (geboorte, huwelijk of overlijdens) plaats bekend is: bel het gemeentehuis in die plaats en vraag naar het gemeentearchief (of hoe dat daar maar heten mag), vraag naar de openingstijden, neem pen en papier mee en vraag vooral de aanwezige plaatselijke archiefbeheerder om u wegwijs te maken in de 'Burgerlijke Stand', want die man m/v weet hoe en waar je terplaatse moet zoeken. Zoekt en gij zult vinden.
    • Maak uw borst maar nat, want uw onderzoek zal vaker stokken omdat een voorvader niet is te vinden (geboorte, huwelijk, overlijden) in dezelfde plaats als zijn nakomelingen.
    • Vergeet ook niet in een gemeentearchief het "Bevolkings register" te raadplegen. Daar staat, vaak geklapperd per 10 jaar, het komen en gaan (verhuizen naar elders) van de inwoners van deze gemeente.
    • Belangrijk zijn ook de 'huwelijkse bijlagen'. Die bevatten geboorteakte van bruid en bruidegom en evt. overlijdensacte van de ouders.
    • Kunt u in een bepaalde gemeente niks meer vinden, ga dan in concentrische circels buiten die gemeente op zoek in andere gemeentes.

  4. Bevolkingsregister.
    • Het ‘bevolkingsregister’ is misschien wel de belangrijkste primaire bron voor genealogen. Hierin werd onder meer datum van vestiging, vertrek en religieuze gezindheid vastgelegd. Het bevolkingsregister is dus een doorlopende registratie, dit in tegenstelling tot de Burgerlijke Stand, die uit momentopnames bestaat. Per 1 januari 1850 kregen de gemeenten de wettelijke plicht om een doorlopende bevolkingsregistratie bij te houden. De bevolkingsregisters zijn een belangrijke bron voor genealogen, omdat alle gezinsleden, en inwonend personeel, gezamenlijk werden beschreven, met daarbij eventuele beroepen vermeld.

  5. Persoonskaart -lijst.
    • Alle informatie over de persoonskaart -lijst staat op een aparte pagina.

  6. Ga snuffelen op het internet.

  7. Napoleon.
    • Wat heeft die nou te maken met genealogisch onderzoek? Heel veel dus want die heeft de Burgerlijke Stand ingevoerd (hij had een bevolkingsoverzicht nodig waaruit hij soldaten kon oproepen) en dat is een dankbare bron voor onderzoek. Invoering ervan is vanaf ca. 1817 in zuidelijk Nederland tot ca. 1820 in noordelijk Nederland. De eerste jaren (ca.1817-ca.1822) zijn die akten in de franse taal! Aan te raden is Vulsma (1988) te lezen, zie de literatuurlijst.
    • Onderzoek voor 1817 kan dus niet m.b.v. de Burgerlijke Stand. Dan zijn kerkelijke archieven (DTB registers, doop-, trouw- en begraafregisters) en volkstellingen een belangrijk hulpmiddel. Deze twee bronnen zijn vaak in gemeentelijke archieven aanwezig.

  8. Er zijn nog veel meer archieven om in te snuffelen.
    • Notariële en rechterlijke archieven zoals huwelijkse voorwaarden, testamenten, koop en verkoop van land, boedelscheidingsverklaringen, boedelinventarissen.
    • Kadastrale archieven voor de heffing van grondbelasting, bv. gegevens over hypotheken.
    • Register van Naamaanneming met lijsten van personen die tussen 1811 en 1825 nog geen achternaam hadden en die er toen een aannamen.
    • Memories van successie (1818-1900) betreffende de successiebelasting.
    • Weeshuisarchieven, kerkboeken, notulen van de kerkeraadsvergaderingen zijn meestal in het gemeentelijk- of in het Kerkarchief.
    • Vaak zijn er ook Dienstbodenregisters.
    • In 1829, 1839, 1899 en 1947 zijn er volkstellingen geweest. Van deze laatste telling zijn de namen en woonplaatsen verwerkt in het Repertorium Nederlandse Familienamen.

  9. Schaf een genealogie-computerprogramma aan.
    • In het begin doet vrijwel iedereen alles met alleen pen en papier, maar dat is niet vol te houden. Al bij enkele generaties (met alle ooms en tantes die daar bij horen) kan geen normaal mens overzicht houden in de berg papier.
    • Markleider (2007) in Nederland is Pro-Gen, erg goed, niet duur en met een goed toegankelijke gebruikersgroep waar makkelijk hulp is te vinden.
    • Als u het programma Pro-Gen hebt aangeschaft is het aan te raden Holla (1996) te lezen, zie de literatuurlijst. Niet meer nieuw te koop, ga dus naar de bib.
    • Met veel andere programma's (bv. hazadata, brother's keeper, aldfaer (erg goed), oedipus, winkwast, gensdata) is overigens niks mis mee. Individuele voorkeur speelt hierin een grote rol. Kijk daarvoor op een genealogische startpagina.
    • Welke u ook kiest, er moet import en export mbv. gedcom inzitten, anders krijgt u later een keer heel veel spijt. Gedom is een algemene 'uitwisseltaal' voor genealogische gegevens. Zit die optie niet in uw programma en u wilt overstappen naar een andere programma dan mag u al uw gegevens met het handje overtikken.

  10. Schaf een digitaal fototoestel aan.
    • Ondergetekende komt al decennia lang in archieven en heeft zich helemaal lam geschreven om alle akten te noteren. Kopieën maken zijn ze ook niet dol op in een archief en dat duurt per kopie ook weer vele minuten (en soms vele kwartjes per kopie). Hou daar mee op! Koop een digitale camera.
    • Aantal pixels is niet belangrijk, het zijn toch 'maar' geschreven akten die gefotografeerd worden. 2 miljoen pixels is prima.

  11. Wordt lid van, of breng ze een bezoek (er gaat een wereld voor u open):
    • Het Centraal Bureau voor Genealogie.
      • Er zijn de zogenaamde 'persoonskaarten'. Basisinfo van iedereen die in Nederland is overleden na 1939. Die persoonskaarten zijn te koop, je kunt ook een abonnement nemen op een bepaalde achternaam.
      • Vrijwilligers knippen geboorte-, huwelijk- en overlijdensadvententies uit de Nederlandse kranten. Dat gebeurt al vanaf de 19e eeuw. U kunt kopieën kopen, niet schrikken van de hoogte van de stapel (en de rekening) die u dan ontvangt.
    • De Nederlandse Genealogische Vereniging.
    • De Mormonen hebben veel, heel veel, maar er kan nog steeds niets op tegen het zelf bezoeken van de archieven in Nederland. daar is (bijna) alles te vinden.
    • Ga op zoek naar een lokale of regionale historische vereniging.

  12. Ga naar de bibliotheek.
    • Lees Van Beresteyn E.A. (1990 t/m 2001), zie de literatuurlijst. Want misschien is uw familie al (ten dele) uitgezocht.
    • Lees een basisboek over genealogie, b.v.
    • Ga NIET naar de bibliotheek want op het internet staat een prima woordenboek voor genealogen.

  13. Onderzoek buiten Nederland.
    • Verbleven al uw voorouders in Nederland dan komt dat de voortgang van uw onderzoek zeer ten goede. Ik heb een beetje ervaring in:
      • Duitsland. Hier zijn veel items anders. B.v. de 'Datenschutz' die archivarissen niet toestaat gegevens te verstrekken als u geen direct belanghebbende (=naamdrager) bent. Sommige archivarissen gaan daar soepel mee om, anderen niet. Burgerlijke Stand en Bevolkings Register zijn aanwezig vanaf ca. 1820 in die delen waar Napoleon zijn 'intrede' deed, dus alleen in de uiterst westelijke delen. Daarbuiten is de Burgerlijke Stand meestal aanwezig vanaf ca. 1870. Aan te raden te lezen (zie de literatuurlijst): Van Booma (1987) en Ribbe & Henning (2001).
      • Nederlans Indië. Hoewel Nederland al eeuwenlang in Nederlands Indië aanwezig was is de archivering van genealogische bronnen niet vergelijkbaar. Voor het eeuwen lang bewaren van archieven zijn de klimatologische omstandigheden ook niet bevorderlijk. Lees een algemeen boek over genealogie (zie punt 10) en de volgende verenigingen hebben veel materiaal en zijn een goede start:

  14. Copyright ©.
    • Gegevens over uw familie zult u vast wel vinden, waarschijnlijk ook wel op het internet waar dat eenvoudig is over te nemen. Het is heel onfatsoenlijk om zulke gegeven, die van een ander afkomstig zijn, klakkeloos te kopiëren. Daar vraag je eerst toestemming voor en als je die gekregen hebt vermeld je netjes de bron.

  15. Vader overleden voor geboorte kind.
    • Een onjuist opgemaakte index-geboorten 'kostte' mij twee avonden zoeken voor ik de geboorteakte gevonden had. De vader was namelijk overleden drie maanden voordat het kind was geboren. Het kind kreeg bij aangifte abusievelijk de achternaam van de aangever, niet van de vader. De wettelijke regeling daarvoor is als volgt: "Als een gehuwde vrouw bevalt van een kind, dan is haar echtgenoot automatisch de wettige vader. Als een weduwe bevalt binnen 9 maanden nadat haar echtgenoot is overleden dan is haar overleden echtgenoot automatisch de wettige vader".

  16. Latijn in parochieregisters

  17. Nooddoop
    • Een nooddoop werd gedaan als er acuut levensgevaar is voor de pasgeborene. Zo'n doop wordt dan meestal gedaan door de vroedvrouw of een arts. Daar zijn dan geen peter en meter bij, en krijgt het kind ook geen naam. Dus wordt (als de boreling blijft leven) de doop daarna nog eens overgedaan met een priester en doopgetuigen en krijgt het kind zijn/haar naam. Bij deze tweede doop wordt er gedoopt "sub conditione" (onder voorwaarde). Iemand kan nu eenmaal geen tweemaal gedoopt worden. bron

  18. Huwelijksdispensaties bij de rooms-katholieke kerk
    • Bij rooms-katholieke huwelijken komt het regelmatig voor, dat een huwelijk met dispensatie is gesloten. De drie belangrijkste dispensaties zijn: trouwen in de gesloten tijd (tempore clauso) en dispensaties wegens te nauwe bloedverwantschap (consanguinitatis) of aanverwantschap (affinitatis) tussen bruidegom en bruid. Dispensatie voor trouwen in de gesloten tijd betekent dat bruidegom en bruid vrijstelling krijgen om in de advent of vasten te trouwen. Dispensatie wegens bloedverwantschap wordt verleend als de bruidegom en bruid gemeenschappelijke grootouders (2e graad), overgrootouders (3e graad) of betovergrootouders (4e graad) hebben. Het kan daarbij voorkomen dat een betovergrootouder van de bruidegom dezelfde persoon is als een overgrootouder van de bruid. Er is dan sprake van een dispensatie in de 3e en 4e graad. Soms komt het voor, dat de huwelijkspartners langs een lijn een gemeenschappelijke betovergrootouder hebben en langs een andere lijn een gemeenschappelijke overgrootouder. Er is dan sprake van een dubbele dispensatie. Dispensatie wegens aanverwantschap komt alleen voor als minstens één van de huwelijkspartners eerder gehuwd is geweest. Als bijvoorbeeld een man als weduwnaar trouwt en zijn eerste echtgenote had eenzelfde overgrootouder als de vrouw waar de man nu mee trouwt vindt dispensatie plaats wegens aanverwantschap in de 3e graad. Ook hier kan dubbele dispensatie optreden. Als genoemde weduwnaar en zijn a.s. vrouw een gemeenschappelijke betovergrootvader hebben vindt er behalve dispensatie wegens aanverwantschap in de 3e graad ook dispensatie wegens bloedverwantschap in de 4e graad plaats. Vermeldingen van dispensaties kunnen een belangrijk hulpmiddel zijn bij stamboomonderzoek.
      Bron.

Is / was bovenstaande lijst voor u behulpzaam? een   dank je wel   wordt op prijs gesteld.

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 03 mei 2017.

Colofon      Disclaimer      Zoeken      Copyright © 2002-  G. Speek