Depersonalisatiestoornis meer psychisch  
  Derealisatie Stoornis

 Het onderstaande is de letterlijke vertaling van de samenvatting ('Quick Facts: Just the basics on this topic') uit de online versie van de Merck Manual, consumer version.    Lees meer over de Merck Manuals.

Wat is het?   
Bij depersonalisatie/derealisatiestoornis is er sprake van een aanhoudend of terugkerend gevoel van onthechting van het eigen lichaam of de eigen mentale processen, als een externe waarnemer van het eigen leven (depersonalisatie), en/of een gevoel van onthechting van de eigen omgeving (derealisatie).

  • de stoornis wordt gewoonlijk veroorzaakt door ernstige stress, in het bijzonder emotioneel misbruik of verwaarlozing tijdens de kindertijd, of andere grote spanningen (zoals het ervaren of getuige zijn van fysiek misbruik)
  • gevoelens van onthechting van het zelf of de omgeving kunnen periodiek of voortdurend optreden
  • nadat tests zijn gedaan om andere mogelijke oorzaken uit te sluiten, stellen artsen de diagnose op basis van de symptomen
  • psychotherapie, vooral cognitieve gedragstherapie, is vaak nuttig

Tijdelijke gevoelens van depersonalisatie en/of derealisatie komen vaak voor. Ongeveer de helft van de mensen heeft zich wel eens los van zichzelf (depersonalisatie) of van de omgeving (derealisatie) gevoeld. Dit gevoel treedt vaak op nadat mensen:

  • evensbedreigend gevaar ervaren
  • bepaalde drugs gebruiken (zoals marihuana, hallucinogenen, ketamine of ecstasy)
  • zeer moe worden
  • verstoken zijn van slaap of zintuiglijke stimulatie (zoals kan gebeuren wanneer ze op een intensive care afdeling liggen)

Depersonalisatie of derealisatie kan ook optreden als symptoom bij vele andere psychische stoornissen, evenals bij algemene medische stoornissen, zoals epileptische aanvallen.

Depersonalisatie/derealisatie gevoelens worden beschouwd als een stoornis wanneer het volgende zich voordoet:

  • depersonalisatie of derealisatie treedt uit zichzelf op (dat wil zeggen, het wordt niet veroorzaakt door of een andere psychische stoornis), en het houdt aan of komt terug
  • de symptomen zijn erg verontrustend voor de persoon of maken het moeilijk voor de persoon om thuis of op het werk te functioneren

Depersonalisatie/depersonalisatiestoornis komt bij ongeveer 2% van de bevolking voor en treft mannen en vrouwen in gelijke mate.

De stoornis kan beginnen tijdens de vroege of middelbare kindertijd. Het begint zelden na de leeftijd van 40 jaar.

Oorzaak   
Depersonalisatie- en dederealisatiestoornis ontwikkelt zich vaak bij mensen die ernstige stress hebben ervaren, waaronder de volgende:

  • emotioneel misbruikt of verwaarloosd zijn tijdens de kindertijd
  • lichamelijk mishandeld worden
  • getuige zijn geweest van huiselijk geweld
  • een ernstig gehandicapte of geestelijk zieke ouder hebben gehad
  • het onverwacht overlijden van een dierbare

De symptomen kunnen worden uitgelokt door ernstige stress (bijvoorbeeld in verband met relaties, financiën of werk), depressie, angst, of gebruik van illegale of recreatieve . In 25 tot 50% van de gevallen is de stress echter relatief gering of kan deze niet worden vastgesteld.

Symptomen   
Symptomen van depersonalisatie/depersonalisatiestoornis kunnen geleidelijk of plotseling beginnen. Episoden kunnen slechts uren of dagen duren of weken, maanden of jaren. Episoden kunnen gepaard gaan met depersonalisatie, derealisatie, of beide.

De intensiteit van de symptomen wisselt vaak. Maar als de stoornis ernstig is, kunnen de symptomen aanwezig zijn en jaren of zelfs decennia lang dezelfde intensiteit behouden.

Depersonalisatie symptomen omvatten:

  • het gevoel los te staan van lichaam, geest, gevoelens en/of gewaarwordingen

Mensen kunnen ook zeggen dat ze zich onwerkelijk of als een automaat voelen, zonder controle over wat ze doen of zeggen. Ze kunnen zich emotioneel of lichamelijk verdoofd voelen. Zulke mensen kunnen zichzelf beschrijven als een externe waarnemer van hun eigen leven of als de "wandelende dode".

De symptomen van derealisatie zijn:

  • zich los voelen van de omgeving (mensen, voorwerpen of alles), die onwerkelijk lijkt

Mensen kunnen het gevoel hebben dat ze zich in een droom of mist bevinden, of alsof een glazen wand of sluier hen scheidt van hun omgeving. De wereld lijkt levenloos, kleurloos of kunstmatig. De wereld kan hen vervormd voorkomen. Bijvoorbeeld, voorwerpen kunnen wazig of ongewoon helder lijken, of ze kunnen plat, kleiner of groter lijken dan ze zijn. Geluiden kunnen harder of zachter lijken dan ze zijn. De tijd kan te langzaam of te snel lijken te gaan.

De symptomen veroorzaken bijna altijd een groot ongemak. Sommige mensen vinden ze ondraaglijk. Angst en depressie komen vaak voor. Veel mensen zijn bang dat de symptomen het gevolg zijn van onomkeerbare hersenbeschadiging. Velen vragen zich af of ze wel echt bestaan of gaan herhaaldelijk na of hun waarnemingen wel echt zijn.

Stress, verergering van depressie of angst, een nieuwe of overprikkelende omgeving, en slaapgebrek kunnen de symptomen verergeren.

De symptomen zijn vaak hardnekkig. Zij kunnen:

  • terugkomen in episodes (bij ongeveer een derde van de mensen)
  • voortdurend voorkomen (bij ongeveer een derde)
  • voortdurend worden (bij ongeveer een derde)

Mensen hebben vaak grote moeite om hun symptomen te beschrijven en kunnen bang zijn of denken dat ze gek worden. Mensen blijven zich er echter altijd van bewust dat hun ervaringen van onthechting niet echt zijn, maar eerder gewoon de manier zijn waarop ze zich voelen. Dit bewustzijn is wat de depersonalisatie/derealisatie stoornis onderscheidt van een psychotische stoornis. Bij mensen met een psychotische stoornis ontbreekt dit inzicht altijd.

Diagnose   

  • evaluatie door een arts
  • soms testen om andere mogelijke oorzaken uit te sluiten

Artsen vermoeden de stoornis op basis van symptomen:

  • mensen hebben episoden van depersonalisatie, derealisatie, of beide die lang duren of terugkomen
  • mensen weten dat hun dissociatieve ervaringen niet echt zijn
  • mensen zijn erg van streek door hun symptomen of door hun symptomen kunnen ze niet functioneren in sociale situaties of op het werk

Een lichamelijk onderzoek en soms tests worden gedaan om andere aandoeningen uit te sluiten die de symptomen zouden kunnen veroorzaken, waaronder andere psychische stoornissen, epileptische aanvallen en middelenmisbruik. De tests kunnen magnetische resonantiebeeldvorming (MRI), computertomografie (CT), elektro-encefalografie (EEG) en bloed en urinetests omvatten om op drugs te controleren.

Psychologische tests en speciale gestructureerde interviews en vragenlijsten kunnen artsen ook helpen bij het stellen van de diagnose.

Prognose
Volledig herstel is mogelijk voor veel mensen met depersonalisatie/depersonalisatiestoornis, vooral als de symptomen het gevolg zijn van spanningen die tijdens de behandeling kunnen worden aangepakt. Andere mensen reageren niet goed op behandeling, en de stoornis wordt chronisch. Bij sommige mensen verdwijnt de depersonalisatie/derealisatiestoornis vanzelf.

De symptomen, zelfs die welke aanhouden of terugkeren, kunnen slechts geringe problemen veroorzaken als mensen hun geest bezig kunnen houden en zich op andere gedachten of activiteiten kunnen concentreren, in plaats van aan hun zelfbesef te denken. Sommige mensen raken echter gehandicapt omdat ze zich zo afgesloten voelen van hun zelf en hun omgeving of omdat ze ook angst of depressie hebben.

Behandeling   

Depersonalisatie/derealisatiestoornis kan zonder behandeling verdwijnen. Mensen worden alleen behandeld als de stoornis aanhoudt, terugkomt, of leed veroorzaakt.

Psychodynamische psychotherapie en cognitieve gedragstherapie zijn bij sommige mensen effectief gebleken. Depersonalisatie/depersonalisatiestoornis gaat vaak gepaard met of wordt uitgelokt door andere psychische stoornissen (zoals angst of depressie), die behandeld moeten worden. Alle spanningen die de symptomen hebben uitgelokt of die mogelijk hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van depersonalisatie/derealisatiestoornis moeten ook worden aangepakt.

Technieken die kunnen helpen zijn onder meer de volgende:

  • cognitieve technieken kunnen helpen het obsessieve denken over de onwerkelijke staat van zijn te blokkeren
  • gedragstechnieken kunnen mensen helpen zich bezig te houden met taken die hen afleiden van de depersonalisatie
  • aardingstechnieken maken gebruik van de vijf zintuigen (gehoor, tast, reuk, smaak en zicht) om mensen te helpen zich meer verbonden te voelen met zichzelf en de wereld. Er wordt bijvoorbeeld luide muziek gespeeld of een stuk ijs in de hand gelegd. Deze sensaties zijn moeilijk te negeren, waardoor mensen zich bewust worden van zichzelf in het huidige moment
  • psychodynamische technieken richten zich op het helpen van mensen bij het verwerken van ondraaglijke conflicten, negatieve gevoelens, en ervaringen waarvan mensen het gevoel hebben dat ze zich ervan moeten losmaken
  • het van moment tot moment volgen en labelen van dissociatie en affect (de uiterlijke expressie van emoties en gedachten) leert mensen om hun gevoelens van dissociatie te herkennen en te identificeren. Dergelijke herkenning helpt sommige mensen. Deze techniek helpt mensen ook zich te concentreren op wat er werkelijk gebeurt in het moment

Er zijn verschillende medicijnen gebruikt om depersonalisatie/derealisatiestoornis te behandelen, maar geen ervan is effectief gebleken. Antianxiety drugs en antidepressiva helpen soms, vooral door het verlichten van angst of depressie, die bij veel mensen met depersonalisatie/derealisatiestoornis aanwezig zijn. Antianxiety drugs kunnen echter ook depersonalisatie of derealisatie versterken, dus artsen controleren het gebruik van deze zorgvuldig.


Bronnen:

Laatste wijziging: 01 februari 2022 Colofon  Disclaimer  Privacy  Zoeken  Copyright © 2002- G. Speek

  Einde van de pagina